ECLI:NL:PHR:2008:BC1850
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid koopoptie in huurovereenkomst bedrijfsruimte
De zaak betreft een geschil over de totstandkoming en inhoud van een huurovereenkomst met koopoptie voor een bedrijfspand waarvan de bodem vervuild was. Eiseres verhuurde het pand aanvankelijk aan een huurder met koopoptie, waarna deze huurovereenkomst met wederzijds goedvinden werd beëindigd. Vervolgens werd een nieuwe huurovereenkomst gesloten met verweerder, die gebaseerd was op een kopie van de eerdere overeenkomst, met handmatige wijzigingen.
Verweerder vorderde nakoming van de koopoptie en schadevergoeding, terwijl eiseres betwistte dat de koopoptie onderdeel uitmaakte van de nieuwe overeenkomst. Het hof oordeelde dat de koopoptie wel onderdeel was van de overeenkomst en dat de bewijslast ten aanzien van het bestaan van de koopoptie op verweerder rustte, maar dat eiseres de stelling van valsheid in geschrifte moest aantonen, wat niet was gelukt.
In cassatie werden diverse klachten over de feitelijke vaststellingen, bewijslastverdeling en toepassing van art. 85 Rv Pro. verworpen. De Hoge Raad concludeert dat het hof zijn oordeel begrijpelijk en zorgvuldig heeft gemotiveerd en dat geen aanleiding bestaat tot cassatie. Het arrest bevestigt daarmee de geldigheid van de koopoptie en de toewijzing van de vorderingen van verweerder.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd, waarbij de koopoptie als onderdeel van de huurovereenkomst wordt erkend.