ECLI:NL:HR:2007:AZ8521
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tweede vrouw tot afgifte legaat tegen inbrengwaarde woning in nalatenschap
De zaak betreft een geschil over de afgifte van een legaat van een voormalige echtelijke woning door de kinderen van de erflater aan diens tweede vrouw, die tevens vruchtgebruiker was. De erflater was gehuwd geweest met de tweede vrouw en eerder met een andere vrouw met wie hij vijf kinderen had. Bij testament waren de kinderen benoemd tot enige erfgenamen onder last van legaten aan de tweede vrouw, waaronder het legaat van de woning.
De tweede vrouw vorderde afgifte van het legaat tegen inbreng van de waarde van de woning per datum overlijden van de erflater. Partijen waren het oneens over de waardebepaling en de verrekening van een hypothecaire schuld. De rechtbank stelde de waarde vast op ƒ 220.000 en wees de vordering grotendeels toe. Het hof vernietigde dit en wees de vordering af, omdat het in strijd met redelijkheid en billijkheid zou zijn om de inbrengwaarde vast te stellen op de datum van overlijden, mede omdat de tweede vrouw als vruchtgebruiker in het huis bleef wonen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, oordeelde dat het hof de juiste rechtsregel toepaste en dat het oordeel niet onbegrijpelijk was. Het beroep werd verworpen en de kosten werden aan de tweede vrouw opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de tweede vrouw wordt verworpen en de vordering tot afgifte van het legaat tegen inbrengwaarde per datum overlijden afgewezen.