ECLI:NL:PHR:2008:BC1855
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vergoeding bij afgebroken onderhandelingen over aandelenovername ondanks onrust binnen onderneming
Partijen, Shell en [eiseres], voerden onderhandelingen over de overname van alle aandelen van [A], een onderneming die tankstations exploiteert. Na een intentieovereenkomst en due diligence ontstond onrust binnen [A] door personeel en exploitanten die hun contracten wilden beëindigen, wat Shell ertoe bracht de onderhandelingen af te breken. [Eiseres] vorderde vergoeding van directe schade en het positief contractsbelang wegens het afbreken van de onderhandelingen.
De rechtbank wees de vordering toe voor directe schade, omdat Shell de onderhandelingen niet mocht afbreken zonder vergoeding van directe schade. Het hof bevestigde dat er geen overeenkomst tot stand was gekomen en dat Shell de onderhandelingen mocht beëindigen, maar wees vergoeding van het positief contractsbelang af. Tijdens het proces bleek dat de onrust binnen [A] deels was geënsceneerd door de directeur van [A] om de overname door [eiseres] te frustreren.
De Hoge Raad oordeelde dat het afbreken van onderhandelingen in beginsel is toegestaan en dat vergoeding van het positief contractsbelang slechts in bijzondere omstandigheden aan de orde is. De onrust binnen [A] viel buiten de risicosfeer van Shell, die daardoor gerechtvaardigd was de onderhandelingen te beëindigen. De klachten van [eiseres] werden verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat Shell de onderhandelingen mocht afbreken zonder vergoeding van het positief contractsbelang.