ECLI:NL:PHR:2005:AT7337
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatig afbreken van onderhandelingen over grondtransactie en kantoorontwikkeling
Centraal Bureau Bouwtoezicht B.V. (CBB) en JPO Projecten B.V. (JPO) onderhandelden vanaf mei 1999 over de ontwikkeling van een kantoorgebouw op een locatie aan de [a-straat] te [plaats]. JPO had namens de gemeente Arnhem een grondprijs van ƒ 440,- per m² aangeboden, maar er ontstond onenigheid over het bruto vloeroppervlak en de bestemmingsplanprocedure. Ondanks langdurige onderhandelingen en voorbereidende activiteiten, waaronder het inschakelen van een architect en bouwvergaderingen, brak CBB de onderhandelingen in maart 2000 af.
JPO vorderde daarop schadevergoeding wegens onrechtmatig afbreken van de onderhandelingen. De rechtbank en het gerechtshof oordeelden dat CBB onrechtmatig had gehandeld en veroordeelden CBB tot vergoeding van de door JPO geleden schade, waarbij het hof de schadevergoeding beperkte tot 50% wegens eigen schuld van JPO. CBB stelde in cassatie onder meer dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat het afbreken onaanvaardbaar was en dat het beroep op onvoorziene omstandigheden onvoldoende was beoordeeld.
De Hoge Raad bevestigt dat het afbreken van onderhandelingen onaanvaardbaar was omdat JPO gerechtvaardigd mocht vertrouwen op voortzetting van de onderhandelingen, mede gezien de langdurige samenwerking en de concrete stappen die waren gezet. Het hof heeft terecht geoordeeld dat CBB schadeplichtig is en de omvang van de schadevergoeding beperkt wegens eigen schuld van JPO. Het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: CBB is onrechtmatig in het afbreken van de onderhandelingen en moet de helft van de door JPO geleden schade vergoeden.