ECLI:NL:PHR:2008:BC2199
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over subrogatie en tegenstrijdig belang bij betaling door derde in Antillenzaak
Deze zaak betreft een geschil over drie afzonderlijke betalingen die door een derde partij, [verweerster], zijn gedaan ten behoeve van Café Bar Caribbean N.V. (CBC) op de Nederlandse Antillen. Het geschil ontstond na een mislukte overname en betrof de vraag of sprake was van subrogatie, waarbij [verweerster] in de rechten van de schuldeiser zou zijn getreden jegens CBC.
De rechtbank en het Hof hadden geoordeeld dat aan de vereisten voor subrogatie was voldaan en dat CBC gehouden was tot terugbetaling. Tevens oordeelde het Hof dat er geen sprake was van tegenstrijdig belang bij het aangaan van de overeenkomst tussen CBC en [verweerster], ondanks dat dezelfde persoon bestuurder was van beide vennootschappen.
De Hoge Raad stelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd of er een overeenkomst tot subrogatie bestond en of de schuldeiser daarvan op de hoogte was. Ook is het oordeel over het ontbreken van tegenstrijdig belang onjuist geformuleerd, omdat het Hof ten onrechte stelde dat eerst sprake moet zijn van dreigend nadeel voor de vennootschap. Daarnaast heeft het Hof onterecht de feitelijke grondslag van het verweer aangevuld door te oordelen dat geen voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de aandeelhouder nodig was.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij de juiste rechtsvragen over subrogatie, tegenstrijdig belang en de grenzen van de rechtsstrijd moeten worden beantwoord.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling.