ECLI:NL:PHR:2008:BC2721
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Intrekking schone lei wegens benadeling schuldeisers door onttrekking vermogensbestanddelen buiten boedel
In deze zaak gaat het om het verzoek van een schuldeiser tot intrekking van de schone lei die aan schuldenaren was verleend na toepassing van de schuldsaneringsregeling. De schuldenaren, vennoten van een vof, hadden tijdens de schuldsaneringsregeling een constructie getroffen waarbij vermogensbestanddelen, waaronder de receptuur en een woning, buiten de boedel werden gehouden door een terugverkoop tegen een lagere prijs dan de werkelijke waarde.
De rechtbank en het hof oordeelden dat deze handelingen een benadeling van de schuldeisers vormden, omdat inkomsten en goederen werden verzwegen of feitelijk buiten de boedel werden gehouden. De schuldenaren voerden onder meer aan dat de lagere terugkoopprijs verklaard kon worden door lagere loonbetalingen aan betrokkenen en dat er geen bewijs was dat de receptuur buiten de boedel was gehouden. Deze verweren werden verworpen.
De Hoge Raad bevestigt dat op grond van art. 358a Faillissementswet de rechter kan bepalen dat de schone lei verder geen toepassing vindt indien blijkt dat schuldenaren tijdens de schuldsaneringsregeling vermogensbestanddelen hebben verzwegen of buiten de boedel hebben gehouden. Ook wordt bevestigd dat een proceskostenveroordeling mogelijk is ondanks de uitsluiting van de toepasselijkheid van de derde titel van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in faillissementszaken.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en onderschrijft het oordeel van het hof dat de schuldenaren de schuldeisers hebben benadeeld door de terugkoopconstructie en het buiten de boedel houden van vermogensbestanddelen. Het bewijs, waaronder getuigenverklaringen, is voldoende en het oordeel van het hof is niet onbegrijpelijk.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de intrekking van de schone lei wegens benadeling van schuldeisers.