ECLI:NL:PHR:2008:BC3845
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis bij comorbide stoornissen
Betrokkene is op grond van een voorlopige machtiging opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en de officier van justitie verzocht de rechtbank om verlenging van deze machtiging tot voortgezet verblijf. De rechtbank verleende deze machtiging voor de duur van een jaar, waarna betrokkene cassatieberoep instelde met motiveringsklachten.
De Hoge Raad bespreekt of ADHD en drugsverslaving als stoornis van de geestvermogens kunnen worden aangemerkt volgens de Wet Bopz. Hoewel ADHD op zichzelf zelden tot een dergelijke stoornis leidt, kan dit in combinatie met andere stoornissen, zoals schizofrenie en middelengebruik, wel het geval zijn. De rechtbank had op basis van een geneeskundige verklaring vastgesteld dat betrokkene aan een comorbide stoornis lijdt.
Verder oordeelde de rechtbank dat er sprake is van een reëel gevaar dat betrokkene zichzelf of maatschappelijk te gronde gaat richten, mede door het middelengebruik en het ontbreken van ziekteinzicht. Dit oordeel is voldoende gemotiveerd en niet onbegrijpelijk. Ook is geoordeeld dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het ziekenhuis kan worden afgewend, waarbij een voorwaardelijke machtiging op dit moment geen reële optie is.
De Hoge Raad concludeert dat de rechtbank voldoende en begrijpelijk heeft gemotiveerd en dat het cassatieberoep daarom moet worden verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de machtiging tot voortgezet verblijf blijft gehandhaafd.