ECLI:NL:PHR:2008:BC4763
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing voordeel privégebruik auto door grensarbeider met buitenlandse werkgever
Belanghebbende, een in Nederland wonende grensarbeider werkzaam in België bij een in Curaçao gevestigde werkgever, gebruikte een auto van zijn werkgever ook privé. De Inspecteur verhoogde het belastbare inkomen met het voordeel uit dit privégebruik. Belanghebbende stelde dat dit voordeel niet tot het loon behoorde omdat zijn werkgever niet inhoudingsplichtig was volgens de Wet LB.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het voordeel uit privégebruik van de auto belastbaar is als loon, mede gelet op de wetsgeschiedenis en het gelijkheidsbeginsel. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst op de bedoeling van de wetgever dat er geen inhoudelijke wijziging is beoogd ten opzichte van de Wet IB 1964.
De Hoge Raad overweegt dat het strikt grammaticaal toepassen van het begrip werknemer in artikel 3.82 Wet IB 2001 tot onrechtvaardige verschillen zou leiden tussen werknemers met een inhoudingsplichtige werkgever en die zonder. Ook de rangorderegeling in artikel 2.14 Wet IB 2001 verhindert niet dat het voordeel als loon wordt belast. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het voordeel uit privégebruik van de auto is belastbaar als loon.