ECLI:NL:PHR:2008:BC6273
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt levenslange gevangenisstraf ondanks eerdere Engelse levenslange straf
De zaak betreft een verdachte die in Nederland is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf voor de moord op een slachtoffer in Groningen in november 2002. Verdachte was eerder in Engeland veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor een andere moord, maar was daaruit ontsnapt.
Het hof stelde vast dat verdachte met voorbedachte rade handelde en dat de moord paste in de werkwijze van de criminele organisatie waarvan hij deel uitmaakte. Bewijsmiddelen bestonden onder meer uit verklaringen van getuigen, waaronder een belangrijke getuige die aanvankelijk belastende verklaringen aflegde maar ter zitting weigerde te antwoorden. Deskundigen onderzochten de betrouwbaarheid van deze verklaringen en het hof achtte deze bruikbaar.
De verdediging voerde onder meer aan dat de bewezenverklaring onvoldoende was gemotiveerd en dat de verklaringen van de getuige niet gebruikt mochten worden omdat hij niet volledig was ondervraagd. De Hoge Raad verwierp deze middelen en bevestigde dat de verklaringen met behoedzaamheid waren gebruikt en voldoende steun vonden in andere bewijsmiddelen.
Ook het middel dat een tweede levenslange gevangenisstraf niet kan worden opgelegd zolang de eerste nog niet is beëindigd, werd verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat Nederlandse strafwetgeving een eigen strafoplegging mogelijk maakt, ook als er een buitenlandse levenslange straf openstaat. De conclusie is dat de levenslange gevangenisstraf in Nederland terecht is opgelegd en dat het beroep van verdachte wordt verworpen.
Uitkomst: De levenslange gevangenisstraf voor moord wordt bevestigd ondanks de eerdere levenslange straf in Engeland.