ECLI:NL:PHR:2008:BC7669
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens werkweigering ondanks situatieve arbeidsongeschiktheid directeur
De zaak betreft het ontslag van een statutair directeur van SGBO wegens werkweigering nadat hij per 23 juni 2003 arbeidsgeschikt werd verklaard, maar zijn werkzaamheden niet hervatte vanwege een door hem gestelde situatieve arbeidsongeschiktheid. De werknemer stelde dat hij door spanningen op het werk niet in staat was zijn functie te hervatten en vorderde loonbetaling en schadeloosstelling.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van ziekte in de zin van art. 7:629 BW Pro, maar dat de werknemer op grond van art. 7:628 BW Pro aanspraak kon maken op loonbetaling vanwege situatieve arbeidsongeschiktheid. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen af, stellende dat de werknemer arbeidsgeschikt was en geen concrete feiten had gesteld die situatieve arbeidsongeschiktheid aannemelijk maakten. Het hof kwalificeerde het niet hervatten van het werk als werkweigering.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat situatieve arbeidsongeschiktheid een vaag begrip is dat concreet moet worden onderbouwd. De werknemer had onvoldoende feiten gesteld om zijn werkweigering te rechtvaardigen. Het hof mocht oordelen dat sprake was van werkweigering en dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was. De Hoge Raad wijst erop dat de werknemer, mede gezien zijn functie, meer flexibiliteit had moeten tonen en dat de werkgever voldoende steun en begeleiding had geboden.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de werknemer geen recht had op doorbetaling van loon noch op de contractuele schadeloosstelling. De uitspraak benadrukt het belang van concrete onderbouwing bij situatieve arbeidsongeschiktheid en bevestigt de hoofdregel van 'geen arbeid, geen loon' tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt.
Uitkomst: Het ontslag wegens werkweigering wordt bevestigd en de vorderingen van de werknemer worden afgewezen.