ECLI:NL:PHR:2008:BC8644
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen bij opbouw hennepkwekerij en afwijzing nietigheid dagvaarding
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld wegens medeplegen van het telen van hennepplanten. De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen deze veroordeling en oordeelde over de geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep en de bewijsvoering rond medeplegen.
De dagvaarding was niet persoonlijk aan de verdachte betekend, maar aan de griffier van de rechtbank. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep en stelde dat hij niet op de hoogte was van de zitting. De Hoge Raad overwoog dat de verdachte stilzwijgend doch ondubbelzinnig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, omdat hij naliet de gebruikelijke maatregelen te treffen om de dagvaarding te ontvangen, ondanks dat hij zelf hoger beroep had ingesteld.
Ten aanzien van het bewezenverklaarde medeplegen stelde de Hoge Raad dat het bouwen en inrichten van de hennepkwekerij door de verdachte, inclusief het bestellen van materialen, kan worden beschouwd als medeplegen van het telen van hennep. Ook al verrichtte de verdachte geen directe teelthandeling, zijn nauwe samenwerking en vergoeding wijzen op medeplegen.
De Hoge Raad verwierp de cassatiemiddelen en bevestigde het oordeel van het hof. De dagvaarding was rechtsgeldig betekend en de veroordeling voor medeplegen van telen van hennep was voldoende onderbouwd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling voor medeplegen van telen van hennep.