ECLI:NL:PHR:2008:BC8789
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herzieningsverzoek wegens onregelmatigheden bij geuridentificatieproef in poging tot diefstal
Aanvrager is onherroepelijk veroordeeld wegens poging tot diefstal door inklimming. De veroordeling was mede gebaseerd op geuridentificatieproeven die in de betreffende periode niet altijd volgens de regels werden uitgevoerd.
Uit onderzoek bleek dat de geurproeven mogelijk niet blind zijn afgenomen, wat de betrouwbaarheid van het bewijs kan aantasten. Desondanks is het bewezenverklaarde ook zonder de resultaten van deze proeven af te leiden uit ander bewijs, zoals de aanwezigheid van de verdachten kort na het alarm en de omstandigheden ter plaatse.
De Hoge Raad overweegt dat indien het bewijs uitsluitend op de geurproeven zou berusten, er een ernstig vermoeden zou zijn dat de rechter tot vrijspraak zou zijn gekomen. Dit is hier echter niet het geval. Daarom wordt het herzieningsverzoek afgewezen.
De zaak benadrukt het belang van correcte uitvoering van geuridentificatieproeven en de impact daarvan op de bewijsvoering, maar bevestigt tevens dat ander overtuigend bewijs de veroordeling kan dragen.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard en de veroordeling blijft in stand.