ECLI:NL:PHR:2008:BC9274
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Schending van hoor en wederhoor bij wijziging behandelplan in Bopz-zaak
In deze zaak heeft de rechtbank een voorwaardelijke machtiging verleend aan betrokkene op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). Betrokkene had aanvankelijk ingestemd met het behandelplan, maar trok later zijn instemming in vanwege bezwaren tegen bepaalde passages en erkende de daarin opgenomen diagnose niet. De behandelend psychiater stelde daarop een gewijzigd behandelplan op.
De Hoge Raad oordeelt dat het gewijzigde behandelplan niet aan betrokkene is voorgelegd en dat betrokkene niet de gelegenheid heeft gekregen om hierop te reageren, hetgeen in strijd is met de wettelijke vereisten van hoor en wederhoor zoals neergelegd in art. 14a Wet Bopz en art. 8 Wet Pro Bopz, mede gelet op art. 5 EVRM Pro. De rechtbank heeft bovendien onvoldoende gemotiveerd dat betrokkene instemde met de voorwaarden van het gewijzigde behandelplan.
Daarom wordt de beschikking vernietigd en wordt de zaak verwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling, waarbij betrokkene de mogelijkheid moet krijgen kennis te nemen van het gewijzigde behandelplan en zich daarover uit te laten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug naar de rechtbank wegens schending van hoor en wederhoor.