ECLI:NL:HR:2007:BA2017
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake voorwaardelijke machtiging op grond van Wet Bopz
De zaak betreft een verzoek tot verlening van een nieuwe voorwaardelijke machtiging voor betrokkene op grond van artikel 14c lid 2 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). De rechtbank Utrecht had op 16 januari 2007 een nieuwe voorwaardelijke machtiging verleend met bijzondere voorwaarden, waaronder dat betrokkene zich moest houden aan afspraken met het casemanagementteam.
De raadsvrouw van betrokkene bracht tijdens de zitting bezwaren naar voren over de inhoud en ondertekening van de overgelegde stukken en de formulering van de voorwaarden. De Hoge Raad oordeelde dat de voorwaarde omtrent het houden aan afspraken onvoldoende was gespecificeerd en daardoor niet voldeed aan de eisen van artikel 14a lid 7 Wet Bopz. Verder werd bevestigd dat het behandelingsplan niet de voorwaarden hoeft te bevatten, aangezien de rechter deze zelf vaststelt.
Daarnaast werd geoordeeld dat de vernietiging van de eerdere voorwaardelijke machtiging niet betekent dat de nieuwe machtiging haar grondslag verliest. De Hoge Raad vernietigde de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor nadere behandeling en beslissing, waarbij onder meer moet worden gezorgd voor een duidelijke en rechtsgeldige formulering van de voorwaarden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot verlening van een nieuwe voorwaardelijke machtiging en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.