ECLI:NL:PHR:2008:BC9955
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling teruggave van onder beslag genomen geldbedrag bij gebrek aan voldoende eigendomsonderbouwing
In deze zaak ging het om de teruggave van een geldbedrag van € 65.455 dat op 26 augustus 2006 onder klaagster in beslag was genomen. Klaagster stelde dat het geld afkomstig was uit haar bedrijfsvoering en bedoeld was voor aankopen voor haar winkels. Zij voerde aan dat er geen criminele herkomst was en dat het geld niet verborgen was.
De officier van justitie maakte echter een verdenking van witwassen aannemelijk en verwachtte verbeurdverklaring van het geld. De rechtbank oordeelde dat het Openbaar Ministerie onvoldoende bewijs had geleverd voor de verdenking en dat het belang van de strafvordering het beslag niet langer rechtvaardigde. Desondanks verklaarde de rechtbank het klaagschrift ongegrond omdat klaagster onvoldoende had aangetoond dat zij de rechthebbende van het geld was.
De Hoge Raad bevestigde dat de rechtbank de juiste maatstaf had gehanteerd door te beoordelen of klaagster redelijkerwijs als rechthebbende kon worden beschouwd. Het ontbreken van voldoende onderbouwing van eigendom rechtvaardigde het voortduren van het beslag. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het klaagschrift tot teruggave van het in beslag genomen geldbedrag werd ongegrond verklaard omdat klaagster onvoldoende heeft aangetoond rechthebbende te zijn.