ECLI:NL:PHR:2008:BD0196
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling schadeloosstelling bij vervroegde onteigening van agrarische percelen voor rijksweg
In deze zaak gaat het om de vervroegde onteigening van gedeelten van drie percelen in de gemeente [A], noodzakelijk voor de aanleg van een rijksweg. De rechtbank 's-Hertogenbosch had op 18 mei 2001 de onteigening uitgesproken en op 8 november 2006 de schadeloosstelling vastgesteld, met als peildatum 21 november 2001.
Eisers betwistten diverse aspecten van de schadeloosstelling, waaronder de omvang van het opslagterrein, de waardering van de percelen, het gebruik van het onteigende als duurzame belegging en de vergoeding van omrijschade. De Hoge Raad oordeelde onder meer dat de rechtbank terecht rekening hield met het gedoogbeleid en de overgangsbepaling van het bestemmingsplan, en dat het onteigende niet als duurzame belegging kon worden aangemerkt omdat het bedrijfsmatig werd gebruikt.
Procesrechtelijke klachten over de samenstelling van de kamer en het proces-verbaal van de descente werden verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat de rechtbank een aanvaardbare waardering en vaststelling van de oppervlakte heeft gemaakt, en dat de klachten onvoldoende concreet waren om het oordeel te vernietigen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de schadeloosstelling definitief is vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling bij vervroegde onteigening wordt bevestigd.