ECLI:NL:PHR:2008:BD1047
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale afschrijving pachtrecht bij overdracht weiland aan eigen BV
Belanghebbende drijft een melkveehouderij in maatschapsverband en verkocht met zijn echtgenote een weiland aan hun eigen BV onder voorbehoud van een pachtrecht van twaalf jaar met verlengingsmogelijkheden. De ouders schreven het pachtrecht af over twaalf jaar, maar het Hof stelde de afschrijvingsperiode op dertig jaar en splitste het pachtrecht naar rato van gebruik in een zakelijk en privédeel.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het oordeel van het Hof dat het pachtrecht naar tijdsgelang gesplitst moest worden. De Hoge Raad oordeelde dat de etikettering van het pachtrecht moet worden gebaseerd op de aanwending binnen de onderneming en dat het pachtrecht volledig tot het ondernemingsvermogen behoort zolang het binnen de onderneming wordt gebruikt.
De Hoge Raad verwierp de splitsing van het pachtrecht in een zakelijk en privédeel en bevestigde dat de afschrijving lineair over dertig jaar moet plaatsvinden. De fiscale winst moet worden vastgesteld rekening houdend met deze afschrijving, en het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Het pachtrecht behoort volledig tot het ondernemingsvermogen en mag lineair over dertig jaar worden afgeschreven.