ECLI:NL:PHR:2008:BD1728
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping noodweer en noodweerexces bij zwaaien met samoerai-zwaard
Op 11 december 2005 zwaaide verdachte met een samoerai-zwaard richting het slachtoffer, waarbij het slachtoffer ernstig letsel aan zijn hand opliep. Het hof veroordeelde verdachte voor zware mishandeling en verwierp het beroep op noodweer, noodweerexces en putatief noodweer. Het hof oordeelde dat verdachte zich aan de confrontatie had kunnen onttrekken, maar deze bewust had opgezocht.
De verdediging stelde dat verdachte handelde uit noodzakelijke verdediging van zichzelf en zijn broer tegen een onmiddellijk dreigende wederrechtelijke aanranding door het agressieve en gewapende slachtoffer. Ook werd aangevoerd dat verdachte in een hevige emotionele gemoedsbeweging verkeerde, waardoor noodweerexces van toepassing zou zijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze verweren niet onbegrijpelijk had verworpen. Het hof had terecht geoordeeld dat de noodzaak tot verdediging op het moment van het zwaaien met het zwaard niet meer bestond en dat de overschrijding niet het gevolg was van een hevige gemoedsbeweging. Het hof had ook het verzoek tot het horen van getuigen afgewezen omdat dit onvoldoende was onderbouwd. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het vonnis.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling wegens zware mishandeling en verwierp het beroep op noodweer, noodweerexces en putatief noodweer.