ECLI:NL:PHR:2008:BD2775
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over voorwaardelijk opzet bij amfetaminepsychose en dubbele doodslag
Verdachte had in een psychotische toestand door amfetaminegebruik zijn vriendin en haar twee kinderen ernstig mishandeld, waarbij de kinderen waren overleden en de vriendin een poging tot doodslag overleefde. Het hof had verdachte veroordeeld wegens dubbele doodslag en poging doodslag, met de motivering dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans had aanvaard dat hij in een psychose zou geraken en tijdens die psychose gewelddadige handelingen zou verrichten.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat verdachte bewust die aanmerkelijke kans heeft aanvaard. De bewezenverklaring ontbeert onderbouwing van de bewijsmiddelen waarop dit oordeel is gebaseerd. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het criterium dat bij ernstige geestelijke stoornis het opzet ontbreekt indien ieder inzicht in de draagwijdte van het handelen ontbrak, onverkort geldt.
De Hoge Raad bevestigt dat voorbedachte raad niet vereist dat verdachte zich rekenschap gaf van de gevolgen, maar wel dat hij de gelegenheid had om daarover na te denken. Het hof heeft terecht geoordeeld dat verdachte door zijn psychose niet over die gelegenheid beschikte. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad de schadevorderingen van de benadeelde partij, wijst een deel toe en verklaart een ander deel niet-ontvankelijk wegens complexiteit. De Hoge Raad oordeelt dat de vordering voor ziekenhuisdaggeld onvoldoende is beoordeeld en vernietigt dat deel van het arrest eveneens.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering over voorwaardelijk opzet en verwijst zaak naar ander hof.