ECLI:NL:PHR:2008:BD3172
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing herinvesteringsreserve bij deels onder landbouwvrijstelling vallend verkoopresultaat
De zaak betreft de fiscale behandeling van de boekwinst bij verkoop van landbouwgrond door een onderneming, waarbij een deel van de winst onder de landbouwvrijstelling valt en de rest belast is. De belanghebbende had een herinvesteringsreserve gevormd voor het gehele bedrag, terwijl de Inspecteur dit corrigeerde met verwijzing naar de landbouwvrijstelling en het voornemen tot vervanging.
Het Hof stelde vast dat het voornemen tot herinvestering beperkt was tot aankoop van grond met dezelfde economische functie en dat een groter aankoopvolume een uitbreidingsinvestering was, waarvoor geen herinvesteringsreserve gevormd kon worden. De belanghebbende stelde zich op het standpunt dat het voornemen tot herinvestering ruimer was, maar dit werd door het Hof niet gevolgd.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de jurisprudentie en parlementaire geschiedenis over de herinvesteringsreserve (HIR) en de landbouwvrijstelling, waarbij wordt bevestigd dat de landbouwvrijstelling een vrijstelling geeft voor het deel van de winst dat onder die regeling valt. Voor het belastbare deel kan een herinvesteringsreserve worden gevormd, mits er een voornemen tot herinvestering bestaat. De Hoge Raad benadrukt dat het voornemen tot herinvestering ruimer is dan het vervangingsvoornemen en ook kan zien op kortetermijnbedrijfsmiddelen zonder dezelfde economische functie.
De conclusie is dat de belanghebbende slechts voor het belastbare deel van de bestemmingswijzigingswinst een herinvesteringsreserve kan vormen, en dat het voornemen tot herinvestering moet worden aangetoond. In deze zaak is het voornemen tot herinvestering in kortetermijnbedrijfsmiddelen niet aannemelijk gemaakt, waardoor het beroep van de belanghebbende slechts gedeeltelijk wordt gehonoreerd.
Uitkomst: Het beroep van de belanghebbende wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en het belastbare bedrag vastgesteld op € 739.644.