ECLI:NL:PHR:2008:BD3900
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing getuigenverzoek in poging zware mishandeling
Op 27 november 2004 vond te Drachten een poging tot zware mishandeling plaats waarbij de verdachte samen met een ander het slachtoffer aanviel met een mes en de keel dichtkneep. Het hof verklaarde de verdachte hiervoor schuldig en veroordeelde hem tot twaalf maanden gevangenisstraf. De verdediging verzocht in hoger beroep om een getuige, die aanvankelijk een belastende verklaring had afgelegd maar later wilde intrekken, te horen.
Het hof wees dit verzoek af omdat de noodzaak niet was aangetoond en de verklaring van de getuige niet het enige bewijsmiddel was waarop de betrokkenheid van de verdachte steunde. De Hoge Raad bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat het hof het noodzakelijkheidscriterium uit art. 418 lid 3 Sv Pro correct had toegepast, ook al was de aanvulling op het verkorte vonnis pas na de termijn voor het indienen van het appèl beschikbaar gekomen.
De Hoge Raad stelde dat het hof niet verplicht was de getuige te horen, mede omdat de verklaring van de getuige niet ten overstaan van de rechter was ingetrokken en er voldoende ander bewijs was, waaronder het slachtofferverklaring, medische rapporten en het relaas van de verbalisant. Het cassatieberoep faalde en werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de afwijzing van het getuigenverzoek werd verworpen, waardoor de veroordeling tot twaalf maanden gevangenisstraf in stand bleef.