ECLI:NL:PHR:2008:BD4870
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering afwijking van onderbouwd strafopleggingsstandpunt
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Hof ’s-Hertogenbosch, waarin verdachte werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één maand wegens het bezit van een vals reisdocument. De verdediging had een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ingenomen dat een vrijspraak zonder straf of een voorwaardelijke straf passend zou zijn, mede gelet op de positieve persoonlijke omstandigheden van verdachte en het ontbreken van recidivegevaar.
Het hof heeft dit standpunt verworpen en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd, met een algemene motivering dat een lichtere straf niet volstaat gezien de ernst van het feit en het wettelijk strafmaximum. De Hoge Raad oordeelt dat hoewel het hof aan de motiveringseis van art. 359 lid 6 Sv Pro heeft voldaan, het niet heeft voldaan aan de specifiekere motiveringseis van art. 359 lid 2 Sv Pro, die vereist dat bij afwijking van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt de rechter in het bijzonder de redenen voor die afwijking moet aangeven.
De Hoge Raad benadrukt dat art. 359 lid 2 Sv Pro een zelfstandige betekenis heeft en dat een algemene motivering niet volstaat wanneer een duidelijk en argumentatief onderbouwd verweer is gevoerd. De persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn inburgering en blanco strafblad, hadden het hof ertoe moeten brengen een meer gerichte motivering te geven. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Deze uitspraak verduidelijkt de verhouding tussen de motiveringseisen van art. 359 lid 2 en Pro lid 6 Sv en benadrukt het belang van een specifieke motivering bij afwijking van een onderbouwd strafopleggingsstandpunt.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de afwijking van het onderbouwde strafopleggingsstandpunt en de zaak wordt terugverwezen.