Conclusie
eerste middelklaagt dat uit de bewijsconstructie niet kan volgen dat de verdachte opzet had op het uitoefenen van geweld in vereniging met anderen.
Stb. 173 op 12 mei 2000 sprak art. 141 Sr Pro over het ‘met verenigde krachten’ plegen van geweld; thans is strafbaar het ‘in vereniging’ plegen van geweld. Aangezien deze wetswijziging was gericht op verruiming van het bereik van art. 141, geldt bij de uitleg van het begrip ‘in vereniging’ nog steeds wat vroeger voor de uitdrukking ‘met verenigde krachten’ gold. Evenals bij ‘verenigde personen’ is voor ‘verenigde krachten’ nodig dat de daders weten dat anderen aan het feit - het geweld derhalve - deelnemen. [2] In andere woorden, de pleger van openlijk geweld moet zich ervan bewust zijn dat hij niet in zijn eentje opereert. [3]
tweede middelklaagt dat het hof niet de redenen heeft opgegeven die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze voor een vrijheidsbenemende straf.