ECLI:NL:PHR:2008:BD7479
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid manege voor schade door ongeval met paard deels toegewezen
De zaak betreft een ongeval op 22 juni 1990 waarbij een ruiter schade opliep door het gedrag van een paard van Manege Nieuw Amstelland. De ruiter had beperkte ervaring en reed voor het eerst buiten de manege. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof 's Gravenhage dat de manege voor de helft aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade.
Het Hof had overwogen dat het onberekenbare gedrag van het paard in beginsel voor rekening van de manege komt op grond van artikel 6:179 BW Pro, maar dat de ruiter mede aansprakelijk is vanwege haar eigen keuze om deel te nemen aan de buitenrit en haar beperkte ervaring. De manege had zorgvuldig gehandeld bij de keuze van instructeur, route en paard en was verzekerd voor dergelijke risico's.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht een billijkheidscorrectie toepaste op grond van artikel 6:101 BW Pro om tot een redelijke en billijke verdeling van de schade te komen. Klachten tegen het oordeel van het Hof werden verworpen, mede omdat de beoordeling van de mate van aansprakelijkheid feitelijk van aard is en slechts beperkt vatbaar voor cassatie.
De procedure kende een lange looptijd, waarbij het eerdere arrest van de Hoge Raad uit 2002 het geschil naar het Hof 's Gravenhage verwees. De Hoge Raad benadrukte het belang van een evenwichtige benadering tussen risico-aansprakelijkheid van de eigenaar en eigen schuld van de berijder in gevallen van schade door onberekenbaar gedrag van dieren.
Uitkomst: De manege is voor 50% aansprakelijk voor de schade van de ruiter door het ongeval met het paard.