ECLI:NL:PHR:2008:BD9387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid belastingrechter inzake uitwerkingsbesluit fiscaal parkeren stadsdeel ZuiderAmstel
Het geschil betreft de bevoegdheid van de rechter om kennis te nemen van een beroep tegen het Uitwerkingsbesluit parkeren stadsdeel ZuiderAmstel 2002. Dit besluit regelt onder meer de invoering van fiscaal betaald parkeren in de Prinses Irenebuurt en is gebaseerd op artikel 3 van Pro de Parkeerverordening 2002 en artikel 7 van Pro de Verordening Parkeerbelastingen 2002.
Belanghebbenden maakten bezwaar tegen het besluit, met name tegen de afschaffing van het belanghebbendenparkeren en de invoering van fiscaal betaald parkeren, uit vrees voor parkeeroverlast. De rechtbank verklaarde zich bevoegd, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het Gerechtshof Amsterdam verklaarden zich onbevoegd en verwezen het geschil door naar de Hoge Raad.
De Hoge Raad overweegt dat de Parkeerverordening 2002 geen wettelijk voorschrift inzake belastingen is, maar de Verordening Parkeerbelastingen 2002 dat wel is. Omdat het Uitwerkingsbesluit mede gebaseerd is op deze belastingverordening, kwalificeert het als een besluit genomen op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen. Hierdoor is de belastingrechter bevoegd om kennis te nemen van het beroep.
De Hoge Raad concludeert dat het Gerechtshof Amsterdam de bevoegde rechter is voor het geschil en wijst het verzoek van het Hof om hierover uitspraak te doen toe.
Uitkomst: De belastingrechter is bevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen het Uitwerkingsbesluit parkeren stadsdeel ZuiderAmstel 2002.