ECLI:NL:PHR:2008:BE9080
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huwelijksgemeenschap en verknochtheid ontslagvergoeding in stamrechtverzekering
In deze zaak staat centraal of een ontslagvergoeding die de man vóór ontbinding van het huwelijk ontving en in een stamrechtverzekering heeft gestort, behoort tot de huwelijksgemeenschap en dus verdeeld moet worden bij echtscheiding. De vrouw vorderde toewijzing van de helft van deze vergoeding, terwijl de man betoogde dat het een inkomenssuppletie betreft die niet tot de gemeenschap behoort.
De rechtbank wees de vordering van de vrouw af en stelde alimentatie vast op basis van de draagkracht van de man. Het hof vernietigde het deel over partneralimentatie en stelde lagere alimentatiebedragen vast, maar wees het verzoek tot verdeling van de ontslagvergoeding af. Het hof motiveerde dat de ontslagvergoeding niet in de gemeenschap valt omdat deze in een stamrechtverzekering is gestort en bedoeld is om de man in staat te stellen alimentatie te betalen.
De vrouw stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof. De Hoge Raad bevestigde dat de ontslagvergoeding als een goed dat op bijzondere wijze aan de man is verknocht kan worden beschouwd, voor zover het betrekking heeft op inkomenssuppletie na ontbinding van het huwelijk. Dit betekent dat dit deel buiten de gemeenschap blijft en niet verdeeld hoeft te worden. De vergoeding die betrekking heeft op inkomenssuppletie tot aan de ontbinding valt wel in de gemeenschap. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: De ontslagvergoeding in stamrechtverzekering is voor inkomenssuppletie na ontbinding verknocht en blijft buiten de verdeling van de huwelijksgemeenschap.