1 Vgl. de conclusie van mijn ambtgenoot mr. Machielse vóór HR 19 juni 2007, LJN AY9194 punt 7.1 e.v.
2 Ontleend aan Dresden in: Tekst & Commentaar, Milieurecht, 2e druk, aant. 5 op art. 1.1 Wmb. In Rechtspraak over milieurecht, Van der Meijden, Sdu Uitgevers 2006 over de periode januari-juni 2006 worden 8 uitspraken weergegeven van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die gaan over de vraag of al dan niet sprake is van één inrichting, p. 15 ev.
3 In HR 8 juni 1999, LJN ZD1156 (nr. 110.543 E, niet gepubliceerd) had het Hof geoordeeld dat de omliggende weilanden tot de inrichting van verdachte (een veehouderij annex importbedrijf van vee) behoorden. Tot de relevante omstandigheden rekende het Hof dat de weilanden behoorden tot het perceel waarop de vergunning betrekking had. Dat echter was niet het enige. De koeien die in de weilanden graasden, waren van de verdachte. Daarbij had de veehandel van de verdachte betrekking op een veel groter aantal koeien dan hij in zijn stal kon bergen. Op grond daarvan oordeelde het Hof dat sprake was van een zodanige functionele en organisatorische band dat van één inrichting moest worden gesproken. Daarmee ging de Hoge Raad akkoord. Uit dit arrest kan niet worden afgeleid dat het enkele feit dat de activiteiten plaatsvinden op het perceel waarvoor de vergunning is verleend, voldoende is om van één inrichting te spreken. Ik ben geneigd om - met toenmalig AG Fokkens in zijn conclusie voorafgaand aan bedoeld arrest - het accent te leggen op hetgeen het Hof vaststelde met betrekking tot het feitelijk gebruik dat de verdachte van de weilanden ten behoeve van zijn veehandel maakte. In de onderhavige casus blijkt niet van een vergelijkbare organisatorische en functionele band tussen het boerenbedrijf en de autoreparaties die op het perceel plaatsvonden.
4 Van die omstandigheid blijkt overigens niet uit de bewijsmiddelen in de aanvulling op het verkorte arrest, maar daarover klaagt het middel niet.
5 Ik merk nog op dat de regelgeving van invloed kan zijn op de vraag of van één inrichting sprake is of niet. Zie het in de al genoemde conclusie van Fokkens die voorafging aan HR 9 juni 1999 gesignaleerde verschil tussen akkerbouwbedrijven en veeteeltbedrijven.
6 Volledig: Wet van 2 juli 1992 tot uitbreiding en wijziging van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne en daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten (vergunningen en algemene regels voor inrichtingen; procedures voor vergunningen en ontheffingen; handhaving), Stb. 414, art. XXII.
7 Vóór 1 januari 2008 was dit ondergebracht in lid 2 van art. 8.19 Wmb. Per 1 januari 2008 is lid 1 vervallen en is het artikel vernummerd. Zie de Wet van 22 november 2006, houdende wijziging van de Wet milieubeheer en enige andere daarmee verband houdende wetten (modernisering van de algemene milieuregels voor inrichtingen), Stb. 606.
8 De MvT (Kamerstukken II 1998/99, 26 552, nr. 3, p. 24) houdt met betrekking tot deze voorwaarde onder meer het volgende in:
"Zoals reeds hierboven is aangegeven, maakt het in beginsel niet uit hoe groot of hoe klein de afwijking is, mits gebleven wordt binnen de door de vergunning toegestane milieugevolgen. Daarbij geldt wel als beperking dat de verandering niet mag leiden tot een andere inrichting dan waarvoor vergunning is verleend. Of dit aan de orde is, zal van geval tot geval moeten worden bepaald. Een eerste handvat hiervoor kan worden gevonden in de categorie-indeling van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Ivb). Als de verandering leidt tot een inrichting in een andere categorie dan waarvoor de vergunning is aangevraagd en verleend, dan wordt niet voldaan aan het criterium onder a. Ditzelfde geldt als bijvoorbeeld door het bijplaatsen van een niet in de vergunning voorziene installatie een tot nu toe niet vergunde maar op zichzelf ingevolge het Ivb vergunningplichtige activiteit gaat plaatsvinden.
Ook wanneer binnen een categorie van het Ivb wordt gebleven, kan sprake zijn van een andere inrichting. Dit hangt samen met het feit dat een aantal categorieën van het Ivb verschillende soorten inrichtingen omvat."