ECLI:NL:PHR:2008:BF1046
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing wisselbepaling bij verkeerd procesinleidend stuk in cassatie
In deze zaak vordert de verzoeker tot cassatie, de man, terugbetaling van gelden die zijn ex-echtgenote, de vrouw, van zijn bankrekening zou hebben opgenomen. De procedure werd in de feitelijke instanties gevoerd als dagvaardingsprocedure, maar het cassatieberoep werd ingesteld via rekest, wat formeel niet correct is.
De Hoge Raad bespreekt de toepassing van art. 69 Rv Pro., de wisselbepaling, die bepaalt dat een procedure niet niet-ontvankelijk verklaard moet worden bij een verkeerd gekozen procesinleidend stuk, maar dat herstel mogelijk moet zijn. De conclusie is dat de wisselbepaling hier van toepassing is, omdat het om een ordinaire vergissing gaat zonder misbruik.
Verschillende tekortkomingen in het cassatierekest worden geanalyseerd, zoals het ontbreken van verplichte vermeldingen die in een dagvaarding wel vereist zijn. De Hoge Raad beveelt daarom aan dat de verzoeker de verweerster alsnog oproept bij exploot volgens de dagvaardingsvormvereisten, waarna de procedure kan worden voortgezet.
Omdat de procedurele kwestie nog niet is opgelost, wordt inhoudelijke behandeling van de cassatieklachten uitgesteld. De zaak wordt verwezen naar een roldatum voor nadere proceshandeling en voortzetting volgens de dagvaardingsregels in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad beveelt nadere oproeping bij exploot conform dagvaardingsvormvereisten en verwijst de zaak naar rol voor voortzetting van de procedure.