ECLI:NL:PHR:2008:BF1881
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring bij onrechtmatige overheidsdaad inzake onjuiste registratie varkensrechten
Deze zaak betreft een geschil tussen een varkenshouder en de Staat over de onjuiste registratie van varkensrechten in het kader van de Wet herstructurering varkenshouderij. De varkenshouder stelde dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door een onjuiste berekening van zijn mestproductierechten en varkensrechten, waardoor hij schade leed doordat hij minder varkens mocht houden dan hem toekwam.
De economische politierechter stelde vast dat de varkenshouder meer varkens mocht houden dan door de Staat was geregistreerd. De varkenshouder vorderde vervolgens schadevergoeding en aanpassing van de registratie. De Staat voerde verjaring aan. De rechtbank en het hof oordeelden dat de vordering verjaard was, omdat de varkenshouder vanaf het moment van kennis van de onjuiste registratie (in 1990) had kunnen procederen.
De Hoge Raad bevestigt dat de onrechtmatigheid ligt in de onjuiste registratie door de Staat, welke voortvloeit uit de wet. De verjaringstermijn begint te lopen zodra de varkenshouder bekend is met de onjuiste registratie en de daaruit voortvloeiende schade. De Hoge Raad wijst het beroep van de varkenshouder af en bevestigt dat de vordering verjaard is, waarbij ook het beroep op stuiting faalt. De zaak benadrukt het belang van tijdige juridische stappen bij onrechtmatige overheidsdaad en verduidelijkt de toepassing van verjaring in dergelijke contexten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de vordering van de varkenshouder wegens onrechtmatige overheidsdaad is verjaard en wijst het beroep af.