ECLI:NL:PHR:2008:BF2295
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verknochtheid letselschade-uitkering en huwelijksgoederengemeenschap
Deze zaak betreft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen voormalig echtelieden na ontbinding van het huwelijk op huwelijkse voorwaarden. De kernvraag was of een letselschade-uitkering die de vrouw voor en tijdens het huwelijk ontving, en waarvan een deel werd geïnvesteerd in een perceel grond waarop de voormalige echtelijke woning is gebouwd, in de gemeenschap valt of wegens verknochtheid buiten de gemeenschap blijft.
De vrouw stelde dat de schadevergoeding aan haar verknocht was en dat het perceel grond en de daarop gebouwde woning daardoor buiten de gemeenschap vielen. Het hof oordeelde dat de letselschade-uitkering in beginsel in de gemeenschap valt en dat het perceel grond en de leningen aan de man niet zodanig verknocht waren dat zij buiten de gemeenschap vielen. De vrouw voerde cassatieberoep aan tegen deze beoordeling.
De Hoge Raad bevestigde dat de hoofdregel is dat alle goederen in de gemeenschap vallen, tenzij bijzondere verknochtheid geldt. Zaaksvervanging leidt niet automatisch tot voortzetting van verknochtheid; het hangt af van de aard van het vervangende goed. De vrouw had onvoldoende gesteld waarom het perceel grond buiten de gemeenschap zou moeten blijven. Ook een nominaal vergoedingsrecht op grond van art. 1:95 lid 2 BW Pro was niet van toepassing omdat geen sprake was van financiering met privé-middelen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen; de letselschade-uitkering en het perceel grond vallen in de huwelijksgoederengemeenschap.