ECLI:NL:PHR:2008:BG3449
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ontvankelijkheid benadeelde partij bij vordering rechtstreekse schade
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de gemeente Amsterdam Verzekeringszaken als benadeelde partij ontvankelijk was in haar vordering tot schadevergoeding wegens loonschade die zij had geleden door een bedreiging jegens een ambtenaar in haar dienst. De verdachte was veroordeeld voor mishandeling en bedreiging van ambtenaren tijdens toezicht op een monumentaal pand.
De gemeente had zich als benadeelde partij gevoegd met een vordering van € 12.482,97, bestaande uit loonschade van een ambtenaar die door het incident arbeidsongeschikt raakte. Het hof had deze vordering toegewezen en aan verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ten gunste van de gemeente.
De Hoge Raad oordeelt dat de gemeente niet rechtstreeks schade heeft geleden in een belang dat door de strafbepaling wordt beschermd, aangezien de bedreiging jegens de ambtenaar was gericht en niet jegens de gemeente zelf. Dit betekent dat de gemeente niet als benadeelde partij kan optreden in het strafproces. De vordering en de schadevergoedingsmaatregel worden daarom niet-ontvankelijk verklaard en vernietigd.
Verder behandelt de Hoge Raad de motivering van de strafoplegging door het hof, die ondanks afwijking van de eis van het openbaar ministerie voldoende is gemotiveerd. De overige middelen van cassatie worden verworpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest uitsluitend voor zover het de vordering van de gemeente en de schadevergoedingsmaatregel betreft.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de gemeente niet-ontvankelijk in haar vordering en vernietigt het arrest voor zover het de schadevergoedingsmaatregel betreft.