ECLI:NL:HR:2008:BG3449
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over ontvankelijkheid benadeelde partij bij rechtstreekse schade door bedreiging ambtenaar
In deze strafzaak stond de vraag centraal of de Gemeente Amsterdam, Dienst Verzekeringszaken, als benadeelde partij ontvankelijk was in haar vordering tot schadevergoeding wegens bedreiging van een ambtenaar die bij de gemeente werkzaam is. De bedreiging vond plaats jegens de ambtenaar tijdens de uitoefening van haar functie.
Het hof had geoordeeld dat de gemeente als nauw verbonden partij met de ambtenaar als benadeelde partij kon worden aangemerkt en kende de schadevergoeding toe. De Hoge Raad stelde echter dat de gemeente niet zelf rechtstreeks schade had geleden door het bewezenverklaarde feit, zodat zij niet ontvankelijk was volgens artikel 361, tweede lid, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de vordering van de gemeente betrof en verklaarde de gemeente niet-ontvankelijk. De overige onderdelen van het beroep werden verworpen. De zaak werd door de Hoge Raad zelf afgedaan omwille van de doelmatigheid.
Deze uitspraak verduidelijkt het begrip rechtstreekse schade in het strafprocesrecht en beperkt de ontvankelijkheid van benadeelde partijen tot degenen die zelf in een door de strafbepaling beschermd belang zijn getroffen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de gemeente niet-ontvankelijk in haar schadevordering wegens het ontbreken van rechtstreekse schade.