ECLI:NL:PHR:2008:BG3511
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wegens onvoldoende motivering samenwoning in bijstandsfraudezaak
Verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld wegens het opzettelijk niet tijdig verstrekken van gegevens aan de Gemeentelijke Sociale Dienst over zijn samenwoning en adreswijziging, wat van belang was voor de vaststelling van zijn recht op bijstand. Het hof stelde dat verdachte in de periode van 2 december 2001 tot en met 31 augustus 2002 samenwoonde met zijn partner en een gezamenlijke huishouding voerde, wat hij niet had gemeld.
Verdachte voerde verweer dat hij niet samenwoonde met zijn partner, maar wel regelmatig bij haar over de vloer kwam. Diverse verklaringen van buurtbewoners en de partner zelf werden gebruikt als bewijsmiddelen. Het hof motiveerde echter niet waarom uit deze verklaringen volgt dat sprake was van samenwoning in de bewezenverklaarde periode.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte samenwoonde met zijn partner in de relevante periode. Ook is het hof niet ingegaan op het verweer van verdachte dat de verklaringen geen duidelijkheid geven over de exacte periode van samenwoning. Hierdoor voldoet de bewezenverklaring niet aan de eis der wet.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling. Tevens wordt geoordeeld dat de verklaringen van buurtbewoners als waarnemingen kunnen dienen, maar dat het oordeel over samenwoning aan de rechter is voorbehouden.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring over samenwoning.