ECLI:NL:HR:2008:BC5952
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering ISD-maatregel en bewezenverklaring
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte was veroordeeld voor diefstal en verduistering van bankpassen en een ISD-maatregel was opgelegd.
De verdediging had een duidelijk en onderbouwd standpunt ingenomen dat de pinpassen niet wederrechtelijk waren toegeëigend omdat de verdachte deze had gevonden en wilde terugsturen. Het hof week hiervan af zonder de redenen voor deze afwijking te motiveren, hetgeen in strijd is met art. 359, tweede lid, Sv en leidt tot nietigheid.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat art. 63 Sr Pro niet van toepassing is op de combinatie van een ISD-maatregel met een eerdere straf, zodat de oplegging van de ISD-maatregel na een eerdere gevangenisstraf onjuist was.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de bewezenverklaring van de feiten en de opgelegde maatregel betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, hetgeen bij hernieuwde strafoplegging in aanmerking moet worden genomen.
Uitkomst: Arrest vernietigd voor bewezenverklaring en ISD-maatregel, zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.