ECLI:NL:PHR:2008:BG4002
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden door belastingfraude
De zaak betreft het verzoek van een schuldenaar tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De schuldenaar had een aanzienlijke schuld bij de belastingdienst, die voortkwam uit belastingfraude waarvoor hij strafrechtelijk was veroordeeld. De rechtbank wees het verzoek af op grond van artikel 288 lid Pro 2, aanhef en onder b, van de Faillissementswet (oud), omdat de schuldenaar niet te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van deze schulden.
Het hof bekrachtigde dit oordeel en benadrukte dat de schulden recent waren ontstaan en een aanzienlijk deel van de totale schuldenlast uitmaakten. De schuldenaar voerde in cassatie aan dat ondanks zijn strafrechtelijke veroordeling er feiten en omstandigheden waren die toelating tot de schuldsaneringsregeling rechtvaardigen, zoals het feit dat hij slechts voorwaardelijk was veroordeeld en zijn baan als bedrijfsleider kon behouden.
De Hoge Raad oordeelde dat de goede trouw in deze context een gedragsmaatstaf is en dat de ouderdom van de schulden primair een rol speelt bij de beoordeling van die goede trouw. Het hof had de juiste maatstaf toegepast en het oordeel dat de schuldenaar niet te goeder trouw was, was niet bestreden. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde de afwijzing van het verzoek tot schuldsanering.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan van de belastingschulden.