ECLI:NL:HR:2006:AZ2595

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/052HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw bij ontstaan schulden

Verzoeker heeft bij de rechtbank Breda verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van de Faillissementswet. De Belastingdienst maakte bezwaar tegen dit verzoek. De rechtbank wees het verzoek bij vonnis af op 31 januari 2006. Verzoeker ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat het vonnis van de rechtbank op 18 april 2006 bekrachtigde.

Tegen dit arrest stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen grond voor cassatie boden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen dat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van de schulden, waardoor toepassing van de schuldsaneringsregeling niet mogelijk was.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw bij het ontstaan van de schulden.

Uitspraak

22 december 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/052HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. Kaarls.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - heeft de rechtbank te Breda op 28 december 2005 verzocht om ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De Belastingdienst Zuidwest/kantoor Roosendaal heeft bezwaar gemaakt tegen de gevraagde toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De rechtbank heeft bij vonnis van 31 januari 2006 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Het hof heeft bij arrest van 18 april 2006 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 december 2006.