ECLI:NL:HR:2006:AZ2595
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw bij ontstaan schulden
Verzoeker heeft bij de rechtbank Breda verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van de Faillissementswet. De Belastingdienst maakte bezwaar tegen dit verzoek. De rechtbank wees het verzoek bij vonnis af op 31 januari 2006. Verzoeker ging in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat het vonnis van de rechtbank op 18 april 2006 bekrachtigde.
Tegen dit arrest stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen grond voor cassatie boden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat de klachten niet leidden tot rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen dat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van de schulden, waardoor toepassing van de schuldsaneringsregeling niet mogelijk was.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw bij het ontstaan van de schulden.