ECLI:NL:PHR:2009:BD9383
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Juridische fusie en tenaamstelling naheffingsaanslag omzetbelasting voor verdwenen rechtspersoon
Op 31 maart 2000 vond een juridische fusie plaats tussen Stichting A en Stichting B, waarbij Stichting A als verkrijgende rechtspersoon het vermogen van Stichting B onder algemene titel verkreeg en Stichting B ophield te bestaan. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op aan Stichting X (voorheen Stichting A) die betrekking had op activiteiten van Stichting B vóór de fusie.
Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht aan Stichting X was opgelegd, omdat deze de rechtsopvolger onder algemene titel was van Stichting B. De Hoge Raad concludeert echter dat dit oordeel op een onjuiste rechtsopvatting berust. Een naheffingsaanslag moet worden opgelegd aan de rechtspersoon die de belastingschuld heeft veroorzaakt, in dit geval Stichting B, ook al bestaat deze niet meer.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de detachering van personeel door Stichting B aan de AOC-raad als een prestatie in het economische verkeer moet worden gezien, ondanks dat de salariskosten zonder winstopslag werden doorberekend. De constructie is niet misbruik van recht zoals bedoeld in het arrest Halifax. Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de zaak kan door de Hoge Raad zelf worden afgedaan.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting had aan Stichting B moeten worden opgelegd en niet aan Stichting X als verkrijgende rechtspersoon.