ECLI:NL:PHR:2009:BF7411
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arrest Hoge Raad over rekening en verantwoording bij onroerendgoedbeheer en stelplicht
Deze zaak betreft een procedure tot het afleggen van rekening en verantwoording over het beheer van onroerende zaken tussen partijen die sinds 1979 gezamenlijk vastgoed exploiteerden. Na het staken van hypotheekbetalingen door één partij leidde dit tot executieverkopen en een geschil over de financiële afwikkeling.
De rechtbank veroordeelde de beheerder tot het afleggen van rekening en verantwoording, maar kon geen positief saldo vaststellen. Een deskundige werd benoemd om de financiële gegevens te onderzoeken, maar kon vanwege ontbrekende administratie slechts een beperkt inzicht geven. Het hof stelde op basis van het deskundigenrapport een negatief saldo vast ten nadele van eisers, en wees hun vordering af.
In cassatie werd betoogd dat het hof onterecht de stelplicht en bewijslast niet naar de beheerder had verschoven ondanks diens tekortkoming in het afleggen van een juiste rekening. De Hoge Raad oordeelde dat tekortkoming in de rekenplicht niet automatisch leidt tot verschuiving van stelplicht en bewijslast, en dat het hof terecht het deskundigenrapport als uitgangspunt nam. Ook werd bevestigd dat de omvang van de rekenplicht wordt bepaald door de materiële rechtsverhouding en dat een rekening niet per se een positief saldo hoeft te bevatten.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat eisers onvoldoende hadden gespecificeerd en onderbouwd waarom het saldo positief zou moeten zijn, en dat het hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld dat de vordering moest worden afgewezen. Daarnaast werd geoordeeld dat gemaakte accountantskosten niet voor vergoeding in aanmerking komen als proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd; de vordering tot betaling van een positief saldo wordt afgewezen.