ECLI:NL:PHR:2009:BG1483
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet bij overtreding Wet herstructurering varkenshouderij ondanks schijnconstructie
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd vrijgesproken van het opzettelijk houden van meer varkens dan wettelijk toegestaan volgens de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv).
Het hof oordeelde dat ondanks het bestaan van een evidente schijnconstructie tussen akkerbouwers en veehouders, waarbij de feitelijke houderschap bij de veehouders lag, niet wettig en overtuigend was bewezen dat verdachte opzettelijk de wet had overtreden. Het hof vond dat verdachte slechts een zeker risico had genomen, maar niet de aanmerkelijke kans bewust had aanvaard die nodig is voor voorwaardelijk opzet.
De Hoge Raad stelt dat het hof het begrip voorwaardelijk opzet heeft miskend door enerzijds te erkennen dat sprake was van een evidente schijnconstructie, maar anderzijds te oordelen dat dit onvoldoende was voor opzet. De Hoge Raad benadrukt dat degene die zich bewust is van het houden van meer varkens dan toegestaan, opzet heeft op die overtreding. Daarnaast werd het beroep op niet-ontvankelijkheid van het OM wegens schending van de redelijke termijn en het ontbreken van rechtsbijstand verworpen. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en verwijst zaak terug wegens verkeerde uitleg van voorwaardelijk opzet; verdachte blijft voorlopig vrijgesproken.