ECLI:NL:PHR:2009:BG1645
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest hof inzake oplegging tbs-maatregel bij verminderde toerekeningsvatbaarheid
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf voor medeplegen van doodslag en poging tot diefstal met geweld. Daarnaast wees het hof de vordering van het Openbaar Ministerie tot oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging af. De deskundigen van het Pieter Baan Centrum hadden een verminderde toerekeningsvatbaarheid vastgesteld en een aanzienlijk recidivegevaar geconstateerd, met name bij cocaïnegebruik en het zich begeven in criminele kringen.
Het hof oordeelde echter dat er geen acuut gevaar voor herhaling bestond en dat de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van tbs niet vereiste. De Hoge Raad stelt dat de feitenrechter niet gebonden is aan de adviezen van deskundigen, maar diens waardering moet begrijpelijk zijn. Het hof heeft onjuist geoordeeld door een te strenge maatstaf te hanteren en onvoldoende rekening te houden met het samengaan van persoonlijkheidsstoornis, middelengebruik en groepsdynamiek.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De zaak betreft de afweging van de ernst van het feit, de verminderde toerekeningsvatbaarheid en het gevaar voor de samenleving bij het opleggen van een tbs-maatregel. De Hoge Raad benadrukt dat het gevaarscriterium niet beperkt is tot acuut gevaar, maar ook het risico op herhaling op korte of lange termijn omvat.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de tbs-maatregel.