ECLI:NL:PHR:2009:BG1656
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens medeplegen drugssmokkel en deelname aan criminele organisatie met betwisting gebruik kluisverklaringen
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van het opzettelijk binnen Nederland brengen van cocaïne en deelname aan een criminele organisatie gericht op drugssmokkel. Tijdens het vooronderzoek legde verdachte zogenaamde kluisverklaringen af, bedoeld als onderdeel van een mogelijke deal met het Openbaar Ministerie, die uiteindelijk niet tot stand kwam. Deze verklaringen werden desondanks aan het dossier toegevoegd, hetgeen tot discussie leidde over de rechtmatigheid hiervan.
De verdediging stelde dat het toevoegen van de kluisverklaringen zonder geldige toestemming en in strijd met de tijdelijke aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken onrechtmatig was en het recht op een eerlijk proces schond. Het hof oordeelde dat verdachte zelf het initiatief tot toevoeging had genomen en toestemming had gegeven, zonder druk te zijn gezet. De verklaringen werden vanwege hun onbruikbaarheid niet als bewijs gebruikt. De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en oordeelde dat het niet uitmaakt of het initiatief van verdachte of justitie uitging, zolang toestemming vrijwillig was gegeven.
Daarnaast klaagde de verdediging over overschrijding van de redelijke termijn, wat de Hoge Raad erkende en aanleiding gaf tot strafvermindering. Ook werd het betoog verworpen dat de omkoping van ambtenaren niet als strafverzwarende omstandigheid mocht worden meegewogen. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de strafhoogte betreft en beperkte de strafvermindering tot de termijnoverschrijding, terwijl de rest van het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De veroordeling tot zeven jaar gevangenisstraf wordt bevestigd met strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.