ECLI:NL:PHR:2009:BG4241
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overschrijding redelijke termijn bij profijtontneming en gevolgen voor niet-ontvankelijkheid OM
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam aan betrokkene opgelegd een bedrag van 68.000 euro te betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Namens betrokkene werd cassatieberoep ingesteld met het middel dat de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep en cassatie tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie zou moeten leiden.
Het Hof had de redelijke termijnoverschrijding erkend en het te betalen bedrag verlaagd van 90.756 euro naar 68.000 euro. De stukken van het cassatieberoep kwamen pas na bijna 19 maanden binnen bij de Hoge Raad, wat een aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn betekent. Ook de Hoge Raad zal niet binnen twee jaar uitspraak doen, waardoor de termijn verder wordt overschreden.
De Hoge Raad stelt echter vast dat deze overschrijding niet kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, conform een eerdere uitspraak van 17 juni 2008. Vermindering van het te betalen bedrag is in deze zaak niet aan de orde, maar kan in de samenhangende strafzaak worden overwogen. De conclusie is dat het beroep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel van 68.000 euro blijft gehandhaafd.