ECLI:NL:PHR:2009:BG5058
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging werking provisioneel vonnis na eindvonnis in hoofdzaak
In deze zaak vordert Chipshol vergoeding van schade door een bouwverbod opgelegd door de Luchthaven Schiphol. Na moeizame procedures verleent de rechtbank een provisioneel vonnis tot betaling van een voorschot van €19 miljoen, onder de voorwaarde dat Chipshol zekerheid stelt middels een bankgarantie. Chipshol stelt cassatie in tegen dit provisionele vonnis.
De Hoge Raad bespreekt de aard van provisionele vonnissen volgens art. 223 Rv Pro en benadrukt dat deze voorlopige beslissingen zijn die hun werking verliezen zodra in de hoofdzaak een eindvonnis is gewezen, zeker indien dat eindvonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Dit voorkomt dat twee tegenstrijdige vonnissen gelijktijdig rechtskracht hebben.
De conclusie is dat het cassatieberoep tegen het provisionele vonnis niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het provisionele vonnis zijn werking heeft verloren door het eindvonnis in de hoofdzaak. De Hoge Raad adviseert de behandeling van beide beroepen in één arrest te combineren. Hiermee wordt duidelijkheid geschapen over de verhouding tussen voorlopige voorzieningen en definitieve uitspraken.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen het provisionele vonnis wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het provisionele vonnis zijn werking heeft verloren door het eindvonnis in de hoofdzaak.