ECLI:NL:PHR:2009:BG6562
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewezenverklaring bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht
De zaak betreft een veroordeling wegens bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, waarbij verdachte zijn toenmalige vriendin en haar kinderen zou hebben bedreigd. Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte dreigende woorden heeft geuit richting het slachtoffer en haar kinderen, wat angst en vrees bij hen heeft opgewekt.
De verdediging stelde dat de bedreiging jegens de kinderen niet voldoende bewezen was omdat niet kon worden vastgesteld dat de kinderen zelf kennis hadden genomen van de bedreigingen. De Hoge Raad bevestigt dat voor een veroordeling wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht vereist is dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging.
De bewijsmiddelen tonen aan dat de bedreigingen vooral via de moeder zijn geuit en dat de kinderen niet rechtstreeks op de hoogte zijn gesteld. De Hoge Raad oordeelt dat de bewezenverklaring in zoverre ontoereikend is gemotiveerd, maar dat dit niet leidt tot vernietiging van het vonnis omdat de bedreiging jegens de moeder voldoende is bewezen en de aard en ernst van het bewezenverklaarde niet worden aangetast.
Verder bespreekt de conclusie de interpretatie van art. 285 Sr Pro en benadrukt dat deze bepaling niet zonder meer bescherming biedt aan derden die niet van de bedreiging op de hoogte zijn. De conclusie adviseert het cassatieberoep te verwerpen.
Uitkomst: Veroordeling wegens bedreiging van de moeder met misdrijf tegen het leven, onvoldoende bewijs dat kinderen zelf kennis namen van bedreiging.