Conclusie
Ten aanzien van de feiten 2 en 3:
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant 001, brigadier van politie, gesloten op 24 maart 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 24):
Ten aanzien van feit 2:
Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door verbalisant 017, gesloten op 23 maart 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 29):
Een proces-verbaal van verhoor van verdachte, opgemaakt door verbalisanten 005 en 007, beiden politieambtenaar van politie, gesloten op 23 maart 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 71 ):
Een proces-verbaal onderzoek vuurwapen, opgemaakt door verbalisant 21, brigadier van politie, vakspecialist bureau Wapens, Munitie en explosieven, gesloten op 25 maart 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 30 e.v.):
Ten aanzien van feit 3:
Een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, opgemaakt door verbalisant 18, brigadier van politie, gesloten op 23 maart 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 70):
Ten aanzien van feit 4:
Een proces-verbaal van aangiftevan [betrokkene 1] namens A. van Miltenburg, opgemaakt door [verbalisant 2] , hoofdagent van politie, gesloten op 14 oktober 2013, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 90 e.v.):
Een proces-verbaal van verhoor van verdachte,opgemaakt door verbalisant 005, brigadier van politie, gesloten op 4 april 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 93 e.v.):
Ten aanzien van feit 9:
Een proces-verbaal van aangiftevan [betrokkene 1] namens S. van Haersma Buma, opgemaakt door [verbalisant 3] , hoofdagent van politie, gesloten op 24 juni 2010, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (blz. 453 e.v.):
Als schriftelijk bescheid, de hiervoor omschreven kogelbrief (blz. 458)’’
eerste middelbehelst de klacht dat het hof het verweer dat de verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging wegens afwezigheid van alle schuld ten onrechte, althans onbegrijpelijk gemotiveerd heeft verworpen.
exacthetzelfde mini pistool met kogeltjes bij cliënt in beslag genomen Zoals gezegd: cliënt werd in 2005 in verzekering gesteld en 1,5 dag later naar huis gestuurd. Het mini pistooltje werd aan hem terug gegeven want het zou geen verboden wapen zijn.
nietonder de WWM.
of een Berloque pistool onder de wet valt, is dus een kwestie van interpretatie. In de stukken lees ik dat de politie heeft geoordeeld dat het voorwerp niet onder de wet valt. En hij eindigt zijn brief met de opmerking:
wel kan ik mij voorstellen dat u de voorwerpen veilig opgeborgen houdt om (verdere) problemen te voorkomen.
tweede middelkomt op tegen de bewezenverklaring van de onder 3 ten laste gelegde overtreding van de Opiumwet. Daarin wordt gesteld dat deze onvoldoende met redenen is omkleed omdat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet (zonder meer) volgt dat de verdachte MDMA voorhanden heeft gehad.
De in de woning van verdachte aangetroffen MDMA werd aangetroffen in een la waarin zich ook het pistool met munitie bevond. Verdachte heeft verklaard dat hij geen wetenschap had van de aanwezigheid van de MDMA in zijn woning. Verdachte heeft aangegeven dat hij alleen in zijn woning woont en dat het niet anders kan dan dat de politie MDMA in zijn woning moet hebben gelegd. Het hof acht deze verklaring niet aannemelijk zodat het er voor moet worden gehouden dat – bij gebrek van enige andere plausibele verklaring – verdachte op de hoogte is geweest van de aanwezigheid van de aangetroffen MDMA.’’
derde middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring van de onder 4 ten laste gelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht onvoldoende met redenen is omkleed omdat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet (zonder meer) volgt dat er sprake is van een bedreiging in de zin van art. 285 Sr Pro, in het bijzonder dat de tekst van de door de verdachte verzonden e-mail de vereiste redelijke vrees oproept. Het
vierde middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring van de onder 9 ten laste gelegde bedreiging met zware mishandeling onvoldoende met redenen is omkleed omdat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet (zonder meer) volgt, dat er sprake is van een bedreiging in de zin van art. 285 Sr Pro. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.