ECLI:NL:HR:2007:BA3135
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt veroordeling wegens onvoldoende motivering bedreiging in raplied
De verdachte maakte een raplied met gewelddadige en bedreigende teksten gericht tegen meisjes uit zijn klas, waaronder een specifiek slachtoffer. Dit lied werd verspreid via MSN aan verschillende klasgenoten. De verdachte verklaarde dat hij het lied had gemaakt uit frustratie over pesten en dat hij het aanvankelijk alleen aan enkele vrienden had gestuurd, zonder intentie tot verdere verspreiding.
Het hof Arnhem veroordeelde de verdachte voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, onder meer vanwege de inhoud van het raplied en de verspreiding ervan. Het hof achtte bewezen dat de bedreiging bij het slachtoffer de redelijke vrees voor het verliezen van het leven had doen ontstaan en dat de verdachte dit opzet had.
De Hoge Raad herhaalt de vereisten voor bedreiging zoals geformuleerd in eerdere arresten, waaronder dat de bedreigde daadwerkelijk kennis moet hebben genomen van de bedreiging en dat de bedreiging zodanig moet zijn dat bij de bedreigde redelijke vrees voor het leven kan ontstaan. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat het raplied bij het slachtoffer bekend was geraakt na de tweede verzending en dat het opzet van de verdachte daarop gericht was.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde behandeling. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem.