ECLI:NL:PHR:2009:BG7404
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep voortzetting inbewaringstelling psychiatrisch ziekenhuis
Betrokkene werd op 29 september 2008 in een psychiatrisch ziekenhuis inbewaring gesteld op last van de burgemeester. De officier van justitie verzocht op 2 oktober 2008 de rechtbank om machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling, met een geneeskundige verklaring van een psychiater in opleiding. De rechtbank verleende de machtiging ondanks bezwaren over de deskundigheid van de arts en het niet tijdig informeren van de advocaat en officier van justitie.
Betrokkene stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat de machtiging inmiddels is verlopen, waardoor betrokkene geen belang meer heeft. Tevens werd het wettelijk rechtsmiddelenverbod bevestigd, behalve in gevallen van schending van fundamentele rechtsbeginselen, wat hier niet aan de orde was.
De Hoge Raad besprak inhoudelijk dat een machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling alleen kan worden verleend na een verklaring van een niet-behandelend psychiater die betrokkene persoonlijk heeft onderzocht. Deze voorwaarde was niet nageleefd, maar dit leidde niet tot ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Ook werd geoordeeld dat het niet tijdig informeren van de advocaat en officier van justitie niet direct de rechterlijke machtiging vitiëert, hoewel dit onrechtmatig jegens betrokkene kan zijn.
De conclusie van de Hoge Raad is dat betrokkene niet ontvankelijk is in zijn cassatieberoep en dat de eerdere machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling geldig blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang door verstreken termijn van de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling.