ECLI:NL:PHR:2009:BG7750
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens schending vrijheid van meningsuiting bij smaadschrift tegen minister Verdonk
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 11 november 2005 in Nijmegen een poster openlijk tentoonstelde met de tekst "Reisbureau Rita arrestatie - deportatie - crematie adequaat tot het bittere einde" gericht tegen minister Rita Verdonk. Het hof stelde vast dat de poster een sarcastische politieke standpuntbepaling was over het vreemdelingenbeleid en de brand in het detentiecentrum Schiphol-Oost waarbij elf mensen omkwamen.
De poster werd niet als feitelijke beschuldiging maar als waardeoordeel beoordeeld, waarbij het hof oordeelde dat er geen sprake was van een oproep tot geweld of een vergelijking met nazi-praktijken. Het hof achtte de beperking van de vrijheid van meningsuiting niet noodzakelijk in een democratische samenleving, mede vanwege de context van een heftige maatschappelijke discussie en het politieke karakter van de uiting.
De Hoge Raad bevestigde dat de strafrechtelijke vervolging in strijd was met art. 10 EVRM Pro en liet daarom art. 261 Sr Pro buiten toepassing. De vrijheid van meningsuiting beschermt ook uitingen die schokken of kwetsen, zeker wanneer zij politieke kritiek betreffen. De klacht dat de poster onnodig grievend was, werd verworpen omdat de inmenging in de vrijheid niet proportioneel was.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het ontslag van alle rechtsvervolging. Hiermee werd het belang van een ruime bescherming van politieke meningsuiting onderstreept, ook wanneer deze scherp en sarcastisch is geformuleerd.
Uitkomst: Verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging wegens schending van het recht op vrijheid van meningsuiting.