5.4Deze punten van de pleitnota houden het volgende in (met weglating van voetnoten):
2de gedachtestreepje: spleetbreedtes
97. Onder het 2de gedachtestreepje gaat het om de spleetbreedtes in de roostervloeren. Gesteld wordt dat de kalveren met hun klauwen klem zouden kunnen komen te zitten in de spleetbreedte van de bodem van sommige verblijven. Hier is ook in eerste aanleg uitgebreid bij stilgestaan en dit is een discussiepunt dat al langer bestaat, zoals ook blijkt uit de verwijzing naar de rapporten van VetVice in het proces-verbaal.
98. Het is volstrekt gebruikelijk om runderen, waaronder ook kalveren, op roostervloeren te huisvesten. Cliënte stelt ook dat haar roostervloeren voldoen aan de eisen en dat de maximale spleetbreedte geschikt is voor kalveren. Die stelling wordt niet bestreden. Uit de tenlastelegging, de daaraan ten grondslag liggende rapporten of uit het rapport van VetVice blijkt niet dat de spleetbreedtes zijn nagemeten, evenmin blijkt dat de spleten bij cliënte te breed zijn of waar die stelling op gebaseerd is, zoals gezegd worden concrete breedtes in het geheel niet genoemd in die stukken, volstaan wordt met de stelling dat de spleten ‘te breed’ zouden zijn, zonder die stelling te concretiseren. De roosters bij cliënt hebben een spleetbreedte van 3 centimeter (30 mm).
99. Ook op de site van de RVO is onder de welzijnseisen voor kalveren in het geheel niets opgemerkt over de roostervloeren of de spleetbreedtes. In het besluit houders van dieren zijn in artikel 2.35 regels opgenomen met betrekking tot de eisen waar de vloer voor productiekalveren aan moet voldoen, maar daar is zoals gezegd niets opgenomen met betrekking tot roostervloeren of spleetbreedtes. Ook is een dergelijke nadere uitwerking niet gevolgd in enige ministeriële regeling. Aldus is nergens in de regelgeving opgenomen dat een spleetbreedte van 30 millimeter niet zou kunnen bij jonge kalveren.
100. Daarentegen is bijvoorbeeld op de site melkvee.nl, een artikel opgenomen over de overgang van een strohok naar ligboxen, waarin wordt opgemerkt dat de spleetbreedte voor de roosters maximaal 30 mm zou moeten zijn.
101. Sterker nog, op de site van VetVice zelf is een basisboek standaard werkwijzen opfok jongvee te vinden. In een tabel (tabel 8) onder paragraaf 4.1 ‘huisvesting’ op p. 27 van dat basisboek worden richtlijnen voor huisvesting van kalveren gegeven, zowel in de leeftijd 0,5 tot 3 maand en 3 tot 6 maand. Bij ‘Spleetbreedte roosters (cm)’ is in die tabel ‘3’ vermeldt. 3 centimeter aldus. Waarom de huisvesting bij cliënte niet zou voldoen, is reeds om die reden volstrekt onduidelijk, de spleten zijn daar immers 3 cm, 30mm.
102. Op basis van de enkele stelling van de toezichthouders van de NVWA kan dan ook niet gezegd worden dat de roostervloeren van cliënt ongeschikt zijn om jonge kalveren op te houden. De enkele stelling van de toezichthouders dat het risico op het ontschoend raken van de kalveren daarbij bestaat, is onvoldoende. Zoals gezegd is het gebruikelijk dat kalveren op een roostervloer worden gehouden en blijkt uit de rapporten niet dat de spleetbreedtes te smal zijn of iets dergelijks, vooral niet nu nergens is vastgelegd wat de maximale spleetbreedtes zijn voor jongvee. Een zoektocht op internet leert dat er wel richtlijnen zijn, maar dus geen regels. Bovendien blijkt dat cliënte aan die richtlijnen voldoet! Het bestaan van een overtreding is op dit punt dan ook volstrekt onvoldoende onderbouwd.
103. Ook voor het onder het 2de gedachtestreepje tenlastegelegde dient aldus vrijspraak te volgen, dat de roostervloeren van cliënte niet zouden voldoen en dat op dit punt van een zorgonthouding sprake is, blijkt gewoonweg niet.
Lex certa
104. Zou al aangenomen worden dat de vloer niet geschikt is, dan is onvoldoende kenbaar en voorzienbaar dat dit enige overtreding op zou leveren, zodat ook daarom op dit punt geen veroordeling kan volgen. Ook dit verweer is overigens door de rechtbank geheel en al onbesproken gelaten. Zoals gezegd is de regelgeving met betrekking tot de eisen waar een vloer aan moet voldoen niet nader uitgewerkt. Ook is nergens vastgelegd wat de maximale spleetbreedtes zijn. Het is voor cliënte dan ook in het geheel niet kenbaar en voorzienbaar dat zijn vloeren niet zouden voldoen voor het huisvesten van jonge kalveren, vooral niet nu hij wel aan de vindbare richtlijnen voldoet en nu bovendien richtlijnen over de roostervloer niet zijn opgenomen op de officiële, van de overheid afkomstige, informatie-websites over de huisvesting van jongvee.
105. Zou al gezegd worden dat aldus het feit dat de kalveren op een roostervloer met spleetbreedtes van 3 centimeter komen een overtreding oplevert -quod non- dan was dit voor cliënte niet kenbaar en voorzienbaar, zodat van strijd met het lex certa-beginsel sprake is. Dit maakt dat van een strafbare overtreding geen sprake is, zodat ontslag van alle rechtsvervolging dient te volgen op dit punt.
3de gedachtestreepje
146. Ook hier is wederom de inmiddels befaamde spleetbreedte opgenomen. Een overtreding op dit punt blijkt gewoonweg niet. Nergens volgt uit dat kalveren niet op roostervloeren gehouden zouden mogen worden, sterker nog, uit de informatie op internet en uit het onderzoek dat cliënte zelf heeft laten doen, volgt het tegendeel.
147. Voor het eerst hier wordt gesteld dat de spleetbreedtes bij cliënt ruim boven de drie centimeter zouden zijn. Het is van belang te benadrukken dat zulks eerder nooit het geval was, telkens is uitgegaan van 3 centimeter. Voor de eerdere tenlasteleggingen ontbreekt ook ieder bewijs dat de spleten breder zijn dan drie centimeter.
148. Cliënte bestrijdt dit echter ook in deze zaak. Uit het onderzoek dat cliënte heeft laten uitvoeren, waarvan de stukken zich in het dossier bevinden, blijkt ook de roosters 3 centimeter brede spleten hebben. Door slijtage zijn sommige plekken iets breder, maar zeker geen 4 centimeter.
149. In het dossier nu wordt, overigens na de in het bijzijn van de controleurs al herhaaldelijk in verschillende rechtszalen gevoerde discussie over de vraag of kalveren wel of niet op een roostervloer van 3 centimeter mogen, plots gesteld dat wel spleten van bijna 4 centimeter zijn aangetroffen. Er is slechts een aantal zeer onduidelijke overbelichte foto’s bijgevoegd, waaruit ook niet blijkt of het meetlint loodrecht lag. Voorts is het de verdediging onduidelijk waar precies is gemeten en of hier kalveren liepen. Ik verzoek u dan ook cliënt van dit onderdeel vrij te spreken. Indien uw hof uitgaat van de spleetbreedte van meer dan 3 centimeter, doet de verdediging hierbij het voorwaardelijke verzoek om ofwel middels inschakeling van een deskundige, dan wel middels descente, de breedte deugdelijk te doen vaststellen.”