ECLI:NL:PHR:2009:BG9602
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt juiste strafomzetting en corrigeert strafduur in WOTS-zaak
De Rechtbank Roermond verleende verlof tot tenuitvoerlegging van een Duitse gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden en legde een Nederlandse straf op van 1336 dagen. De veroordeelde stelde cassatie in tegen de motivering en hoogte van deze straf. Hij voerde onder meer aan dat het lange tijdsverloop tussen de feiten en de tenuitvoerlegging niet was meegewogen en dat de straf in Nederland zijn positie verzwaarde.
De rechtbank verwierp het verweer over de redelijke termijn, stellende dat de termijn begint te lopen vanaf de betekening van de vordering in Nederland en dat het Europese aanhoudingsbevel voor andere feiten was uitgevaardigd. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank terecht geen rekening hield met het lange tijdsverloop in de strafmotivering en dat de motivering voldoet aan de eisen van art. 31 WOTS Pro en het toepasselijke EG-verdrag.
De Hoge Raad constateert echter een rekenfout in de strafoplegging: de rechtbank wilde een straf opleggen die overeenkomt met een werkelijke detentieduur van 1002 dagen, maar rekende onjuist waardoor de opgelegde straf te laag was. De Hoge Raad stelt de straf ambtshalve vast op 1503 dagen, waarmee de detentieduur gelijk blijft aan die in Duitsland. Hiermee wordt voldaan aan het verbod van strafverzwaring en de waarborgen van de omzettingsprocedure.
De Hoge Raad vernietigt het vonnis voor zover het de strafoplegging betreft, veroordeelt de verdachte tot 1503 dagen gevangenisstraf en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt de gevangenisstraf ambtshalve vast op 1503 dagen en bevestigt dat de strafmotivering voldoet aan de wettelijke eisen.